Patrick Sweetlove, huisarts
home raadpleging infomail actueel medische info hyperlinks

Zon en huid

De zon zendt drie verschillende soorten straling uit. Infrarood is onzichtbare straling die warmte geeft. Zichtbaar licht is het soort licht dat voor onze ogen de wereld om ons heen zichtbaar maakt, 'de kleuren van de regenboog'. En ultraviolet is onzichtbare straling, net als infrarood.

Ultraviolette straling

Ultraviolette straling (UV-straling) wordt op zijn beurt weer ingedeeld in 3 soorten: UV-A, UV-B en UV-C. Normaal gesproken houdt de dampkring om de aarde het grootste deel van de UV-straling tegen. Vooral de ozonlaag speelt hierin een belangrijke rol. De dampkring werkt dus als een UV-schild en dat is maar goed ook, aangezien UV-straling de huid ernstig kan beschadigen.

  • UV-C is de krachtigste vorm van UV-straling, maar die bereikt het aardoppervlak niet.
  • UV-B wordt grotendeels door de dampkring tegengehouden, maar bij een wolkenloze hemel dringt er toch nog vrij veel door tot aan het aardoppervlak. UV-B is de belangrijkste veroorzaker van zonnebrand en huidkanker.
  • UV-A dringt vrij makkelijk door tot het aardoppervlak en is de minst schadelijke van de drie UV-soorten. Toch kan ook UV-A in hogere dosis leiden tot zonnebrand en huidkanker.

Toch heeft UV-straling goede kanten. Zo is het essentieel voor de aanmaak van Vitamine D in ons lichaam. Een tekort hieraan veroorzaakt bij kinderen ontwikkelingsstoornissen van de beenderen. Tijdens de industriële revolutie in Europa werkten veel kinderen in fabrieken en kwamen slechts zeer weinig in de zon. Het gevolg was dat de botten zich niet goed ontwikkelden. Omdat dit verschijnsel vooral in Engeland werd gezien (weinig zon én vroege industriële ontwikkeling) werd het de 'Engelse Ziekte' genoemd. De medische term hiervoor is rachitis. Bij een normale blootstelling aan de zon is er ruim voldoende aanmaak van Vitamine D. Er zijn nochtans gevallen van Vitamine D-gebrek beschreven bij vrouwen die heel veel binnen zitten en buiten alleen gesluierd of in een burka lopen.

UV-straling heeft, mits goed gedoseerd, ook een ontstekingsremmende werking op de huid. Bij eczeem en psoriasis kan door de dermatoloog zelfs UV-lichttherapie worden gebruikt.

Hoe teveel UV de huid beschadigt

UV kan schade aanrichten doordat de energie van de UV-straling door het DNA van de huid wordt opgenomen. DNA is het erfelijk materiaal, dat o.a. de celgroei en celdeling regelt. Door de absorptie van stralingsenergie kan dat DNA-eiwit veranderen.

  • Als er een kleine verandering in de DNA-structuur ontstaat kan deze fout weer worden gerepareerd door speciale andere eiwitten van de cel.
  • Bij uitgebreide schade van het DNA zal de huidcel uiteindelijk afsterven.
  • ABCD kenmerken van melanoma (Klik om te vergroten)Als het DNA nochtans een beschadiging oploopt die niet door de cel wordt opgemerkt of verkeerd wordt gerepareerd, kan de verandering aan het DNA blijvend zijn. In sommige gevallen kan de beschadiging zodanig zijn dat de cel zich ongeremd en ongecontroleerd gaat delen. Dat is huidkanker of 'melanoma'. Die herkent de dokter aan de asymmetrie van de huidvlek, de onregelmatige rand ervan, de kleurverschillen en de grootte (breder dan een potloodgommetje). Klik op het fotootje om deze 'ABCD-kenmerken' te ontdekken: asymmetry, border, color en diameter.
  • UV-straling breekt ook de elastinevezels af. Elastinevezels geven de huid soepelheid en veerkracht. Afbraak ervan is vergelijkbaar met wat er met een gewoon elastiekje gebeurt dat in de zon ligt: binnen enkele dagen is het elastine kapot en verkruimelt het elastiekje. Weliswaar wordt er in de huid steeds nieuwe elastine aangemaakt om de afgebroken elastine te vervangen, maar dit aanmaakproces neemt af bij het ouder worden. Als de afbraak groter is dan de aanmaak wordt de huid slap en ontstaan er rimpels. Dit noemt men 'photoageing'.
  • UV-straling kan ook vlekkerige pigmentafwijkingen van de huid veroorzaken.

Bruinen

De huid probeert zichzelf ook te beschermen tegen de UV-straling. Dat doet ze door het aanmaken van pigment dat in de cellen van de opperhuid wordt gelegd. Zo ontstaat een 'parasol' van pigment (melanine) die de cellen in de basis van de opperhuid afschermt tegen de UV-straling. Dat 'bruinen' vermindert de kans op het ontstaan van schade aan het DNA. Mensen die moeilijk pigment aanmaken - zeer blonde mensen of mensen met rood haar - zijn dus nauwelijks in staat die beschermende pigmentparaplu te vormen en hebben dus een veel groter risico op het krijgen van huidkanker dan mensen die wel makkelijk bruin worden, of die van nature al een donkere huid hebben.

De hoeveelheid UV-straling in zonlicht hangt af van:

  • het jaargetijde: in de zomer is de hoeveelheid zonlicht veel groter dan in de winter. Dit heeft te maken met de baan van de aarde om de zon.
  • het tijdstip van de dag: midden op de dag staat de zon loodrecht boven het aardoppervlak en hoeven zonnestralen maar een relatief korte afstand door de dampkring af te leggen. De hoeveelheid UV-straling is dan het grootst.
  • de breedtegraad: hoe dichter bij de evenaar, hoe meer UV-straling.
  • de hoogte: hoog in de bergen is er minder UV uit het licht gefilterd dan op zeeniveau.
  • de weerkaatsing: als UV wordt weerkaatst door sneeuw, water of zand is er veel meer UV. De straling komt dan immers uit verschillende richtingen.
  • extra filters: bij zware bewolking dringt er maar weinig UV door naar het aardoppervlak.

Bescherming

Vanwege het risico op huidverbranding, huidkanker en vervroegde veroudering van de huid is het beter om de huid niet té veel bloot te stellen aan UV-straling. Als je toch lang in de zon blijft is een T-shirt, een pet of– jawel – een hoed een goed idee. Het nadeel van een pet is dat ie maar aan één kant schaduw geeft, óf het gezicht óf de nek. Hoe breder de rand van de hoed, hoe meer schaduw er over het gezicht valt en hoe beter dus de bescherming. Bij mensen met een (deels) kalend hoofd of met erg kort haar is het dragen van een hoed of een pet echt een aanrader.

De zonkracht is rond het middaguur altijd het sterkst. Probeer daarom op die momenten uit de zon te blijven. In Noord Europa is dat ‘s zomers tussen 12 en 15 uur. In (sub-)tropische gebieden is die periode vaak heel wat langer. Bedenk dat er door de weerkaatsing van (onzichtbare) UV-straling - door bijvoorbeeld zand of water - ook UV kan doordringen in de schaduw onder parasols of bomen. Gebruik bij zonnig weer dan ook altijd een zonnebrandcrème, zelfs als je in de schaduw zit.

Ook de ogen kunnen door UV-straling worden beschadigd. Draag daarom een zonnebril met een goede UV-filter. Goedkope spullen zonder degelijke UV-filter zijn schadelijker dan helemaal geen zonnebril. Die zetten de ogen alleen maar in het donker, waardoor de irissen wijdopen gaan staan. De ogen krijgen zo veel te veel UV-straling binnen.

Zonnebrandcrème is een efficiënte manier om de huid te beschermen tegen UV-straling. Elke zonnebrandcrème geeft een bepaalde graad van bescherming, de ‘Sun Protection Factor’ (SPF). Kijk eens op de doos. Die SPF, beschermingsfactor of kortweg ‘de factor’, geeft aan welke mate van bescherming de zonnebrandcrème geeft. Een voorbeeld: iemand met huidtype 2 (zie tabel) verbrandt in de middagzon na ongeveer 20 minuten. Wanneer je een zonnebrandcrème gebruikt met een SPF van 12 treedt de zonverbranding pas op na 12 x 20 minuten, dus na 4 uur. Je zal met deze zonnebrandcrème dus na 4 uur verbranden, ook al heb je je goed ingesmeerd.

Je moet de beschermingsfactor van je zonnebrandcrème dus met zorg kiezen. Wanneer je een optimale bescherming wil en verder niets, is een crème met een zeer hoge SPF de beste keus.
Is het nochtans de bedoeling om op een zo veilig mogelijke manier te bruinen, dan moet je een crème met een lagere factor kiezen. Als je maar kort in de zon wil zitten kan een relatief lage SPF volstaan. Bij langer zonnekloppen ga je weer voor een crème met een hogere SPF.

Deze tabel geeft een idee welke crème voor welke huid het meest geschikt is:

Huidtype 1
zeer licht huidtype, verbrandt snel, bruint nooit
factor 30
Huidtype 2
licht huidtype, verbrandt vrij snel, bruint langzaam
factor 15-20
Huidtype 3
vrij licht huidtype, verbrandt niet snel, wordt makkelijk bruin
factor 10-15
Huidtype 4
iets getint huidtype, verbrandt (vrijwel) nooit, bruint snel
factor 5-10
Jongeren tot 16 jaar, ongeacht het huidtype factor 30

Om de bescherming te krijgen die de zonnebrandcrème belooft moet je de crème vrij dik op de huid aanbrengen. Zuinig smeren geeft een veel lagere protectiefactor dan op de verpakking staat. Precieze richtlijnen over hoeveel crème er nodig is zijn niet te geven, maar een 'hand vol' voor elke insmeerbeurt van het hele lichaam is niet overdreven.

De kwaliteit van zonnebrandcrèmes is de laatste jaren sterk verbeterd. Toch slijt de laag zonnebrandcrème in een aantal uur. Dat wordt versneld door kleren te dragen, in het zand te liggen en door te zwemmen. De ‘waterproof’ crèmes blijven weliswaar beter op de huid zitten na watercontact, maar toch blijft het zaak om de huid regelmatig opnieuw in te smeren. Omdat zonnebrandcrème vaak pas na ongeveer 30 minuten optimaal werkt is het een goed idee om de crème tijdig aan te brengen.

Links


Mocht je na het lezen van deze brochure nog vragen hebben, stel ze gerust tijdens de raadpleging!

Dr. Patrick Sweetlove,
Osystraat 41, 2060 Antwerpen
Raadpleging enkel na afspraak op: 03 / 225 24 25.


Terug naar Medische informatie
[Home] [Raadpleging] [Infomail] [Actueel] [Medische info] [Links]