Patrick Sweetlove, huisarts
home raadpleging infomail actueel medische info hyperlinks

Aids maakt deel uit van je wereld

Interview door Geneviève Ostyn

Ja, we weten nu wel dat je geen aids krijgt door een kus of via de wc-bril, maar nee, we weten niet genoeg over HIV, het virus dat aids veroorzaakt, en ook niet over de andere ‘soa’, seksueel overdraagbare aandoeningen. “Er zijn nog altijd lacunes”, zo zegt dr. Patrick Sweetlove, huisarts in Antwerpen en oprichter van de Aidstelefoon in Vlaanderen in 1985.

Een slim virus

“Bij mensen die seronegatief zijn, leeft het idee dat het ‘allemaal nogal meevalt’ sinds de komst van de nieuwste aids-geneesmiddelen of ‘anti-retrovirale medicijnen’. Dat zijn geneesmiddelen die de vernielende opmars van het aids-virus in het lichaam afremmen. De ziekte is nog altijd ongeneeslijk, maar met de nieuwe geneesmiddelen kan men gelijke tred houden met de ontsnappingstrucs van het HIV, dat een erg slim virus is. Het virus slaagt er namelijk in om zich voortdurend aan die medicijnen aan te passen. Iemand die besmet is krijgt daarom een ‘tritherapie’, een behandeling met drie verschillende HIV-remmers. Na een aantal jaren geraakt het virus weerstandig of ‘resistent’ aan die geneesmiddelen en wordt er overgeschakeld naar een andere tritherapie. Daarna weer naar een volgende en zo gaat het verder. Op die manier kunnen we het virus ‘aan de praat’ houden. Je kan zo’n tritherapie vergelijken met labyrinten waaruit het virus moet kunnen ontsnappen. Omdat er drie labyrinten zijn, krijgt het virus het erg moeilijk, maar uiteindelijk komt het er toch uit.”

Nonchalance

Het is een misverstand dat een besmetting met HIV niet zo erg zou zijn ‘omdat je met deze nieuwe antiretrovirale geneesmiddelen gewoon weer aan de slag kan en er verder geen vuiltje aan de lucht is’. “In het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen stelt men vast dat het aantal nieuwe HIV-infecties door deze nonchalance toeneemt, sinds de intrede van die geneesmiddelen. Wat mensen niet weten is dat je kan besmet raken met een virus dat al heel wat resistentie heeft opgebouwd. Als je besmet raakt door iemand die bvb. al drie tritherapieën kreeg, dan is dat virus al resistent aan negen geneesmiddelen en is het veel sterker dan het oorspronkelijke of zogenaamde ‘wilde’ virus. Er zijn dus wel geneesmiddelen om het aids-virus te verschalken, maar als je pech hebt en besmet bent met zo’n virus dat ‘multiresistent’ is dan zijn de behandelingsmogelijkheden beperkt.

Van dat feit zijn lang niet alle mensen met HIV op de hoogte, laat staan seronegatieve mensen. Het klopt dus ook niet dat mensen met HIV gewoon zónder condoom zouden kunnen vrijen met andere seropositieve mensen. “Op die manier draag je bij aan de multiresistentie van je eigen virus en stuur je dat ook weer verder de wereld in”, zegt dr. Sweetlove. Het is dus niet omdat je seropositief bent, dat je zomaar je gang kan gaan met lotgenoten.

“Iets anders wat weinig bekend is, is dat seksueel contact met een seropositieve partner niet automatisch HIV-besmetting tot gevolg heeft. De kans op besmetting per seksueel contact is reëel, maar klein”, aldus dr. Sweetlove. “Maar hoe vaker je onveilig vrijt, des te groter de kans op infectie. Toch kan één keer meteen de fatale keer zijn. Dat risico kan je dus beslist niet nemen!”

Syfilis is geen exotische ziekte

Of de kans op andere seksueel overdraagbare aandoeningen groter is dan die op HIV? Ja. Hepatitis B, een besmettelijke virusziekte van de lever, is bijvoorbeeld honderd keer meer besmettelijk dan het HIV. Hepatitis B behoort samen met o.a. syfilis - een ziekte die verdwenen was, maar in 2001 bij ons weer opdook - tot die geslachtsziekten die het hele lichaam ziek maken. Hepatitis B kan tot levercirrose en leverkanker leiden en een onbehandelde syfilis veroorzaakt na verloop van jaren ernstige schade aan het zenuwstelsel en andere vitale organen. Bovendien is syfilis helemaal geen exotische ziekte zoals men wel eens lijkt te denken.
Naast de soa’s die zich doorheen het hele lichaam verspreiden zijn er de geslachtsziekten die beperkt blijven tot de plaats van infectie: gonorroe (beter bekend als een ‘druiper’), chlamydia en herpes. En ook dat zijn ziekten die ernstig kunnen zijn. Niet-behandelde chlamydia of gono kunnen bijvoorbeeld tot vruchtbaarheidsproblemen leiden. En omdat deze ziekten vaak geen last veroorzaken, weet je niet dat je ze hebt. Daarom is ‘screening’ erg belangrijk. ‘Screenen’ is het opsporen van symptoomloze ziekten. Misschien vraag je je wel af waar die artsen in godsnaam mee bezig zijn: zoeken naar ziekten die geen symptomen geven? Die artsen, verduidelijkt dr. Sweetlove, houden zich bezig met het tijdig behandelen van soa zodat die niet verder worden doorgegeven en de complicaties ervan worden voorkomen. Dat voorkomt dus ook voortijdige overlijdens. Syfilis bijvoorbeeld is makkelijk te behandelen en tegen hepatitis B bestaat een vaccin. Aids ís en blijft een ernstige ziekte, maar het werd ook een ‘hype’ die de andere soa in de schaduw heeft gedrumd. De kans om die andere soa op te lopen is veel groter dan de kans op HIV. Daarom veranderde de Aidstelefoon haar naam overigens in Aids en Soa Telefoon.”

Uitstrijkje is geen soa-test

Nog een mogelijk misverstand: je laat een uitstrijkje nemen en het resultaat luidt dat ‘alles in orde is’. Wil dat ook zeggen dat je geen soa’s hebt?
Nee, zegt dr. Sweetlove. “Het resultaat zegt alleen iets over de aan- of afwezigheid van kankercellen in de baarmoederhals. Soms wordt bij een uitstrijkje ook het HPV of Humaan Papilloma Virus in de baarmoederhals opgespoord. HPV is ook een soa. Je merkt er niets van. Het wordt ook door vrijen zonder condoom overgedragen. Een infectie met sommige soorten HPV verhoogt de kans op baarmoederhalskanker. Bij een infectie met die HPV-soorten is een regelmatiger controle of soms een behandeling nodig. Maar een gewoon uitstrijkje zegt niets over andere soa’s. Als je bang bent voor een soa-besmetting dan moet je je arts dat duidelijk zeggen zodat hij de nodige onderzoeken kan uitvoeren. Patiënten moeten de dokter soms ‘op weg’ helpen!”

Condoom of niet?

Je hoort vaak beweren dat een condoom niet hoeft als je een vaste relatie hebt. Maar hoe kan je weten dat het niet hoeft? Moet je niet altijd een condoom gebruiken?
“Enerzijds kan je zeggen: waarom niet? Maar anderzijds is het moeilijk om in een vaste relatie altijd een condoom op te diepen. Een vaste relatie is een kwestie van vertrouwen en aandringen op het gebruik van een condoom kan soms worden aangevoeld als een teken van wantrouwen. In een relatie met vertrouwen en een ‘open gesprekscultuur’ kunnen seksuele contacten wél zonder condoom.”

“Maar als iemand met een vaste partner stiekem vreemd gaat en ónveilig vrijt, kan hij/zij op die manier het HIV of andere soa’s in de relatie binnenbrengen. Het volstaat dan niet om zich regelmatig te laten testen en verder te doen alsof er niets aan de hand is. Dan moet in die vaste relatie natuurlijk wél een condoom worden gebruikt. Wie onveilig ‘vreemd gaat’ kan wel zeggen, ‘ach het is niet meer dan seks, ik praat er niet over want ik wil mijn partner geen verdriet doen, ik wil geen bom onder mijn relatie leggen’..Maar hij/zij moet beseffen ook verantwoordelijk te zijn voor de gezondheid van de vaste partner. Als er een zwangerschap of zwangerschapswens is wordt die verantwoordelijkheid nóg groter.”

En wat zegt een huisarts tegen een vrouw die bij het begin van ‘iets moois’ vreest dat ze wellicht beschouwd zal worden als een lichtekooi als ze zelf voor condooms zorgt?
Dr. Sweetlove ziet het niet als een bewijs van ‘lichte zeden’. “Je bent geen pyromaan omdat je een brandblusapparaat in je wagen hebt en je bent geen pessimist omdat je een paraplu bij je draagt. ‘Bij het begin van iets moois’ ga je het niet uitgebreid over de ander zijn seksueel verleden hebben of loop je wellicht niet met je eigen levensgeschiedenis te koop. De oplossing is eenvoudig: hier en nu gebruiken we een condoom. Uit zorg voor elkaars gezondheid. Het is een vorm van respect.”

Een witte

In haar boek ‘Onrust in de onderbuik’ stelt prof. Marleen Temmerman, vrouwenarts aan het UZ in Gent, dat ze verbaasd was en is over hoe weinig vrouwen eigenlijk weten over hun lichaam, ondanks voorlichting op school, seksuele opvoeding, ontelbare damesblaadjes en educatieve programma's op tv. “Een gewoon mens weet dat allemaal niet zo goed’, repliceerde haar moeder en ‘Jij weet toch ook niet hoe een auto of een computer functioneert’, zei haar man. Deelt dr. Sweetlove die verbazing?
“Ja. Het kan gebeuren dat je aan een patiënte vraagt of ze haar eierstokken nog heeft en dat het antwoord luidt: ‘ik weet het niet’. Of dat je aan een patiënt vraagt of hij ooit geopereerd werd en dat hij ‘ja’ antwoordt, maar niet weet wat er geopereerd werd.”

Het is soms zoals bij die computer helpdesk. Toen een hulpverlener vroeg ‘welke computer hebt u?’ En met verbijstering werd geslagen door het antwoord: ‘een witte’.

Dit interview verscheen in het patiëntenblad “Dialoog Gezondheid”, november 2004.

Links

 


Terug naar Medische informatie

[Home] [Raadpleging] [Infomail] [Actueel] [Medische info] [Links]