Patrick Sweetlove, huisarts
home raadpleging infomail actueel medische info hyperlinks

Huisartsen hebben opdracht in zorg voor mensen met hiv

Interview door Heidi Van de Keere

Als huisarts moet je met je patiënten willen, kunnen en durven praten over hiv, andere soa’s en seksualiteit. En wie een test aanbiedt, moet ook de resultaten bespreken, niet via sms of telefoon, maar in een persoonlijk gesprek. Voorts kan de huisarts een belangrijke rol spelen in de psychosociale begeleiding van mensen met hiv, en voor een deel ook in de medische follow-up.

Hiv en seksualiteit bespreekbaar maken

De grote meerderheid van de hiv-patiënten die we in Vlaanderen zien, zijn homoseksuele mannen en in mindere mate ook Afrikaanse migranten. Die laatste groep zijn vooral vrouwen met heteroseksuele contacten”, zegt dr. Patrick Sweetlove, huisarts in Antwerpen met een jarenlange ervaring in de follow-up van mensen met hiv. “Onze attitude als huisarts tegenover deze problematiek, tegenover mensen met hiv is erg belangrijk. Als je als arts homofoob of xenofoob bent, heb je wel een probleem.”

In de eerste plaats is het volgens dr. Sweetlove een belangrijke taak van de huisarts om het thema bespreekbaar te maken. “Als huisarts moeten we over hiv en seksualiteit kunnen, durven en willen praten”, benadrukt hij. Een aantal mensen, ook huisartsen, durft daar moeite mee hebben. Ook nu nog. “Het gebeurt nog steeds dat mensen hier terechtkomen die zich na een contact met hun huisarts erg ontgoocheld voelen”, zegt Patrick Sweetlove.

Vaak moet je als huisarts zelf als eerste het thema aankaarten.“Afrikanen, bijvoorbeeld, zullen zelf niet geneigd zijn om naar een test te vragen omdat ze de autoriteit van de arts niet in vraag willen stellen. Als de dokter het zelf niet voorstelt, nemen ze aan dat het niet nodig is. Of als er een bloedonderzoek wordt aangevraagd, gaan ze ervan uit dat er meteen ook een hiv-test gebeurt. ” Maar ook bij homomannen moet je volgens Sweetlove in heel wat gevallen zelf over de brug komen. “Je kan het thema eenvoudigweg aanbrengen door te luisteren of ze veilig vrijen, of het lukt om een condoom te gebruiken… In ieder geval moeten we homomannen voorstellen zich om de zes maanden te laten testen, niet alleen op hiv, maar ook op andere soa’s.”

Hiv + soa

Buiten de hoogrisicogroep kan aandacht voor hiv en andere soa’s eveneens aangewezen zijn. “Soms vragen mensen zelf naar een hiv-test. We zien het wel vaker naar aanleiding van Wereldaidsdag, na een uitzending op televisie, een bijdrage in de krant…” Ook in die groep moet je als arts meer aanbieden dan mensen vragen. “Je kan vertellen dat er eigenlijk een volledig soa-onderzoek bij hoort. Andere soa’s zoals hepatitis B en C, chlamydia, gonorree, syfilis of humaan papillomavirus zijn immers veel meer besmettelijk dan hiv. Het heeft geen zin hiv op te sporen en de rest ongemoeid te laten”, benadrukt dr. Sweetlove.

Als mensen het thema niet zelf aansnijden, kun je als arts altijd een hint geven door bijvoorbeeld te vertellen dat je bij een bloedonderzoek sowieso de gelegenheid geeft om te testen op soa’s. “Aan de reactie van de mensen hoor je gewoonlijk gauw of dit voor hen relevant is, of ze zelf rekening houden met een mogelijk risico. Als mensen merken dat je aandacht hebt voor deze problematiek, er tijd voor neemt, zullen ze wel praten, zullen ze ook vragen durven stellen, misschien ook de vraag wat risico lopen nu precies betekent, en of ze zelf inderdaad een risico hebben gelopen… Op basis daarvan kun je afleiden of en op welk moment een test aangewezen is.”

De uitslag deel je persoonlijk mee, niet via telefoon of sms

Na de test komt het meedelen van de uitslag. “In de aidsreferentiecentra maken ze nog steeds mee dat patiënten langskomen met een verwijsbrief van de huisarts in gesloten omslag met de vraag om de diagnose aan de patiënt mee te delen en te zorgen voor de verdere opvolging”, betreurt Patrick Sweetlove. “Dat kan niet. Als je als arts de guts hebt om een test aan te vragen, moet je ook de guts hebben om het resultaat mee te delen”, beklemtoont hij. “En dan niet per telefoon, sms of via mail. Mensen moeten langskomen voor een persoonlijk gesprek. Je kan het ze niet aandoen dat ze het moeten horen via hun antwoordapparaat. En die dingen gebeuren nog steeds.”

Ook als iemand seronegatief is, vraagt het resultaat aandacht. “Je kunt de persoon in kwestie geruststellen, vertellen dat alles oké is, en dat het zo kan blijven, maar dat dit niet vanzelfsprekend is. En dan kun je het hebben over veilig vrijen. Dat hoeft niet veel tijd te kosten maar het is belangrijk. Als mensen langskomen om de testresultaten te bespreken, vraag ik op het einde van de raadpleging gewoonlijk of ik hen plezier kan doen met enkele gratis condooms. Het is een non-verbale boodschap, een knipoog, om hen te laten inzien dat die goede uitslag niet betekent dat ze voortaan carte blanche hebben."

De test is positief

In geval van een positieve test, plan je een tweede bloedname om het resultaat te bevestigen, om de virale lading na te kijken en het aantal CD4-lymfocyten (of T4-cellen) te bepalen. “Op basis daarvan zie je waar je staat”, legt Patrick Sweetlove uit. “Ik vind dat dit het minimum is dat je als huisarts moet aanbieden. Vervolgens kun je zelf beslissen hoever je wilt gaan in de follow-up. Sommigen zullen zich daar meer geroepen toe voelen dan anderen. Het hangt ook af van je persoonlijke interesse.” Zelf volgt dr. Sweetlove een 50-tal mensen met hiv. “Zolang mensen een goede weerstand hebben, en een virale lading die niet de pan uitswingt, blijf ik hen zelf opvolgen”, zegt hij. “Na één à twee maanden zie ik ze terug voor een controle. Als de toestand stabiel blijft, volgt nadien een viermaandelijkse controle”, legt hij uit. “Aan seronegatieve mensen met wisselende partners geven we het advies om een soa-bloedcontrole te laten doen om de zes maanden."

Wanneer starten met antiretrovirale middelen?

Wanneer het aantal CD4-cellen laag wordt (< 350/ml of < 25%), al dan niet gecombineerd met een hoge virale lading (> 100.000 kopieën/ml), wordt het stilaan tijd om een antiretrovirale therapie te starten. De oppuntstelling van het therapieschema gebeurt in een aidsreferentiecentrum. De verdere opvolging kan eveneens gebeuren door het aidsreferentiecentrum, in samenspraak met de huisarts. “Zelf verwijs ik mijn patiënten pas door wanneer antiretrovirale therapie nodig is. Wel bereid ik hen hier tijdig op voor. Sommigen verkiezen immers om vroeg met de behandeling te starten omdat ze hun partner maximaal willen beschermen door hun virale lading zo laag mogelijk te maken of gewoon om zichzelf geruster te voelen.”

Huisartsen die zich niet erg vertrouwd voelen met virale lading, CD4-cellen en het opvolgen van het bloedbeeld van seropositieven, kunnen voor informatie steeds terecht in de verschillende aidsreferentiecentra. Of ze kunnen hun patiënt na het stellen en meedelen van de diagnose meteen naar een aidsreferentiecentrum verwijzen voor de verdere opvolging. “Dat kan natuurlijk ook. Wel vind ik dat je als huisarts niet kunt zeggen dat je met deze problematiek niets te maken wilt hebben. Iedere huisarts heeft een zekere basiskennis nodig over de diagnose, opvolging, behandeling, complicaties...” Die kennis wordt onder meer aangeboden via cursussen die de aidsreferentiecentra regelmatig inrichten.

Meer dan CD4-cellen en virale lading

Behalve de strikt medische opvolging is er ook de psychologische kant van het verhaal. “Hiv opvolgen gaat verder dan alleen maar het tellen van CD4-cellen en het bepalen van de virale lading, of het vaccineren tegen hepatitis B, pneumokokken en griep”, zegt Patrick Sweetlove. En ook hier kun je als huisarts een belangrijke rol spelen.“Je probeert te in te schatten hoe mensen het ervaren om seropositief te zijn. De ene gaat er al beter mee om dan de andere.” In ieder geval leert de ervaring, volgens de Antwerpse huisarts, dat de diagnose over het algemeen zwaar aankomt. “Zeker bij jonge mensen, die zich tot op het moment van de diagnose nog onsterfelijk waanden…” Het vooruitzicht van een levenslange therapie, met dagelijks pillen slikken, weegt zwaar. En therapietrouw is belangrijk om resistentie te voorkomen. Bij resistentie is overschakelen op een ander schema mogelijk maar die mogelijkheden zijn niet onbeperkt. Niet zelden reageren mensen op de diagnose met een depressie. “Heel wat van mijn jonge patiënten krijgen antidepressiva”, zegt dr. Sweetlove. “Nochtans geef ik die middelen alleen als het echt niet anders kan.”

Liever één vertrouwenspersoon dan een onbesuisde outing

De ervaring leeft ook dat jonge mensen het vaak moeilijk hebben om over hun situatie te praten. “Regelmatig vertellen patiënten me dat ik als huisarts de enige ben die op de hoogte is van hun diagnose”, zegt Sweetlove. “Sommigen willen het echt voor zichzelf houden, willen er met niemand over praten, ook niet met lotgenoten. Anderen vinden wel veel steun bij lotgenotencontacten. Als je als nieuwe seropositieve iemand tegenkomt die al 20 jaar met de hiv-diagnose leeft en het behoorlijk goed doet, kan dat inderdaad een hele geruststelling zijn.” Mensen moeten zelf beslissen of en met wie ze over hun situatie willen praten. “Wel moeten we hen als arts wijzen op de mogelijkheden om er met anderen over te praten. Via Sensoa is er bijvoorbeeld de mogelijkheid om lotgenoten te ontmoeten.

Anderzijds moeten we ze wijzen op de risico’s van een onbesuisde veralgemeende outing van hun seropositiviteit op een emotioneel moment. In het begin geef ik patiënten gewoonlijk de raad mee om rustig na te denken en één vertrouwenspersoon te kiezen met wie ze over hun diagnose kunnen praten. Ik merk aan mijn patiënten dat dit vaak oplucht. ” De hiv-diagnose weegt ook zwaar op het professionele leven van mensen. “Kunnen ze het meedelen aan hun collega’s? Aan hun werkgever? Hoe zal die reageren? Zullen ze hun job niet verliezen?...”

Ook de eigen partner op de hoogte brengen, is volgens Patrick Sweetlove niet altijd vanzelfsprekend. “Kunnen ze het meedelen aan hun partner? Vertellen ze het meteen aan een nieuwe partner? Of wanneer doen ze dat het best? Sommigen hebben in het verleden al eens een blauwtje gelopen… Het zijn allemaal dingen die deze mensen bezighouden en waarover ze hun huisarts wel eens om raad
vragen.”

Reisadvies

Een ander element zijn de reisbeperkingen. Er is nog steeds een waslijst van landen die mensen met hiv weigeren. “Mensen moeten dit weten, zodat ze niet meteen huiswaarts worden gestuurd wanneer de douane antiretrovirale middelen in hun bagage vindt.” Bij reisplannen naar een tropische bestemming, is het ook belangrijk rekening te houden met eventuele vereisten qua vaccinaties. Voor de meeste vaccins is er geen probleem, met uitzondering echter van vaccins op basis van levend verzwakt virus. Het betreft in hoofdzaak het vaccin tegen gele koorts. “Deze vaccins zijn tegenaangewezen voor mensen met hiv en een verminderde weerstand. Ze zullen dus genoodzaakt zijn om een reisbestemming te kiezen waarvoor geen vaccinatie tegen gele koorts vereist is.”

Door te luisteren leer je veel

Tot slot benadrukt Patrick Sweetlove dat het vooral belangrijk is je als arts te verplaatsen in de leefwereld van je patiënten. “Van zodra je een aantal patiënten opvolgt, leer je gauw wat hen bezighoudt, waarover ze zich zorgen maken. Als mensen merken dat je naar hen luistert, zullen ze praten, vertellen ze hun bekommernissen, en kun je als huisarts veel leren.” Dat alles om hen uiteindelijk nog beter te helpen.

Dit interview verscheen in het patiëntenblad “Dialoog Gezondheid” van november 2010
De medische informatie erin werd geüpdate in november 2013

Links

 


Terug naar Medische informatie
[Home] [Raadpleging] [Infomail] [Actueel] [Medische info] [Links]