Patrick Sweetlove, huisarts
home
raadpleging
infomail
actueel
medische info
hyperlinks

Baarmoederhalskanker: uitstrijkje en HPV

 

Baarmoederhalskanker is wereldwijd de op één na belangrijkste doodsoorzaak ten gevolge van kanker bij vrouwen. In België bezet het de vierde plaats. Momenteel overlijdt nog de helft van de patiënten aan de gevolgen van deze kanker. Baarmoederhalskanker is een ziekte waar een zeer lange precancereuze periode aan vooraf gaat. In deze fase blijkt de ziekte uit geen enkel specifieke symptoom. Het enige element dat toelaat om de aandacht te vestigen op een baarmoederhalsletsel is een regelmatig uitgevoerd uitstrijkje. In een vroegtijdig stadium benaderen de genezingskansen de 100 %.

Wat is een uitstrijkje?

Bij een uitstrijkje worden cellen van de baarmoederhals afgenomen. Ze worden op een rechthoekig glaasje uitgestreken. Daarna vindt onderzoek in het laboratorium plaats.

Uitstrijkjes worden door de huisarts gemaakt om te onderzoeken of u een voorstadium van baarmoederhalskanker hebt. Zo worden soms afwijkingen gevonden bij vrouwen die geen klachten hebben. Bij een normaal uitstrijkje is de kans op baarmoederhalskanker heel klein. Bij een voorstadium is er een kleine kans dat zich later baarmoederhalskanker ontwikkelt. Een eenvoudige behandeling van zo’n voorstadium kan een grote operatie voor kanker - vele jaren later - voorkomen.

Klachten van tussentijds bloedverlies, bloederige afscheiding of bloedverlies na seksueel contact kunnen een reden zijn om een extra uitstrijkje te maken, ook op jongere of oudere leeftijd.

Hoe wordt een uitstrijkje gemaakt?

U neemt u plaats op een onderzoekstoel met uw benen gespreid. De arts brengt een speculum (eendenbek) in de schede (vagina) in. Hierna wordt het speculum geopend. Zo wordt de baarmoederhals - het onderste deel van de baarmoeder - zichtbaar. De arts neemt met een houten spatel of een borsteltje cellen van de baarmoederhals af en strijkt ze uit op een glaasje. Dit glaasje wordt naar het laboratorium opgestuurd. De cellen op het glaasje worden daar gekleurd en onder de microscoop beoordeeld.

Over het algemeen is het maken van een uitstrijkje niet pijnlijk, maar het inbrengen van het speculum en het afnemen van de cellen kan wel kortdurend een onaangenaam gevoel geven. Soms bloedt de baarmoederhals na het maken van het uitstrijkje. Dit kan geen kwaad. Het bloedverlies stopt meestal binnen een dag. Een volle blaas of darm geeft soms een vervelend gevoel. Als het speculum geopend wordt, drukt het tegen de blaas en darm aan. Het is daarom verstandig eerst naar het toilet te gaan. Sommige vrouwen vinden het prettig met een spiegel mee te kijken, om te zien hoe de baarmoederhals er uitziet.

Het uitstrijkje uitstellen

Als u nog nooit seksueel contact hebt gehad en ook nooit tampons hebt gebruikt, is het maagdenvlies niet opgerekt. Het maken van een uitstrijkje is dan moeilijk en veel artsen vinden het dan niet noodzakelijk.

Als u menstrueert (ongesteld bent) kunt u het laten maken van een uitstrijkje beter uitstellen. Door het bloed kunnen de cellen niet goed bekeken worden in het laboratorium. Ook tijdens de zwangerschap of het geven van borstvoeding zijn de cellen moeilijk te beoordelen. U kunt dan wachten tot een halfjaar na de bevalling of een halfjaar nadat u met de borstvoeding gestopt bent.

Er kunnen nog andere redenen zijn om tegen het onderzoek op te zien, bijvoorbeeld negatieve seksuele ervaringen in het verleden. Aarzel niet dit aan de arts te vertellen. Deze houdt er dan rekening mee. Het is belangrijk dat u de tijd vraagt en krijgt om de spieren rond de schede zoveel mogelijk te ontspannen. Het is geen goed idee om op eigen initiatief een onderzoek van de baarmoederhals op de lange baan te schuiven.

Wat onderzoekt men bij een uitstrijkje?

De baarmoederhals is bekleed met twee soorten cellen. Plaveiselcellen, een soort platte cellen, bekleden de wand van de vagina (schede) en de buitenkant van de baarmoederhals. Het kanaaltje in de baarmoederhals naar de binnenkant van de baarmoederholte is bekleed met cellen die slijm maken. Deze cellen van de binnenkant (endo) van de baarmoederhals (cervix) worden endocervicale cellen of cilindercellen genoemd. Bij een uitstrijkje bekijkt men in het laboratorium of beide soorten cellen aanwezig zijn en hoe ze er uitzien. Ook ziet men soms of er aanwijzingen zijn voor een infectie of ontsteking door bacteriën of virussen.

Wat bij een afwijkende uitstrijkje?

Van elke 100 vrouwen zonder klachten die bij het bevolkingsonderzoek een uitstrijkje laten maken, is bij 5 het uitstrijkje afwijkend. Bij heel lichte afwijkingen van het uitstrijkje is er 10% kans op een voorstadium van baarmoederhalskanker. Naarmate het uitstrijkje meer afwijkend is, neemt deze kans toe. Zo is de kans op een voorstadium van baarmoederhalskanker bij een uitstrijkje met ernstige afwijkingen ongeveer 90%.

Voor bijna alle vrouwen betekent de uitslag van een afwijkend uitstrijkje een grote schok, alleen al omdat er iets niet goed is en verdere controle of onderzoek geadviseerd wordt. De angst voor baarmoederhalskanker is te begrijpen, maar bijna altijd onnodig. Niet zelden is een afwijkend uitstrijkje loos alarm. Zo wordt bij meer dan de helft van de vrouwen met eenmaal Pap 3a zelfs geen voorstadium van baarmoederhalskanker gevonden, laat staan baarmoederhalskanker. Bij uitstrijkjes met een hogere uitslag neemt de kans op een voorstadium van baarmoederhalskanker toe, maar de kans op kanker is nog steeds klein. Een voorstadium is goed en gemakkelijk te behandelen.

Waardoor worden afwijkende uitstrijkjes veroorzaakt, en wat is het verband met HPV?

Veel vrouwen vragen zich af waarom hun uitstrijkje afwijkend is. Het antwoord hierop is niet zo eenvoudig. Het is bekend dat afwijkende uitstrijkjes (bijna) altijd worden veroorzaakt door een infectie met het humaan papillomavirus (HPV). Er zijn verschillende soorten van dit virus; sommige komen vaker voor bij afwijkende uitstrijkjes en baarmoederhalskanker, andere veroorzaken wratjes op de huid. Vrouwen kunnen het virus krijgen bij gemeenschap. Geschat wordt dat 80-90% van alle vrouwen geïnfecteerd wordt met HPV. Bij heel veel vrouwen geneest deze infectie (die geen klachten geeft) vanzelf binnen de twee jaar. Maar sommige vrouwen blijven het virus bij zich dragen. Waarom sommige vrouwen die het virus bij zich dragen, een afwijkend uitstrijkje krijgen, en andere vrouwen niet, is niet bekend. U kunt er zelf niets aan doen om het virus kwijt te raken en het afwijkende uitstrijkje weer normaal te laten worden.

Mannen die HPV-drager zijn herbergen dit virus in de urinebuis. Zij raken het doorgaans in minder dan 1 jaar vanzelf kwijt.

Om meer te weten te komen over het verband met afwijkende uitstrijkjes wordt door sommige centra onderzoek naar HPV gedaan. Ook mijn labo doet dat. Het resultaat van een uitstrijkje vermeldt dus of u drager bent van het HPV en ook of er een aantasting van de baarmoederhalscellen is. Een afwijking van deze cellen wordt uitgedrukt in "graden", afhankelijk van de ernst. Die graad bepaalt wanneer de vrouw haar volgend uitstrijkje moet laten nemen.

Betekent een normaal uitstrijkje dat er geen reden is voor verder onderzoek?

Bij een normale uitslag kunt u gerust drie tot vijf jaar wachten tot het volgende onderzoek. De tussenpauze wordt bepaald door uw arts. Als er klachten zijn van bloedverlies tussen de menstruaties door of van bloedverlies tijdens of na het vrijen is het verstandig naar de huisarts te gaan. Deze beoordeelt of het zinvol is een extra uitstrijkje te maken of onderzoek naar een ontsteking te doen.

Een condoom verkleint de kans om HPV te krijgen of door te geven, maar biedt geen absolute veiligheid. De besmette zone is niet altijd volledig bedekt.

Sinds enkele jaren beschikken we over een bijkomend wapen tegen besmetting met HPV: vaccinatie. Er zijn momenteel twee vaccins op de markt. Beide vaccins beschermen tot 100% tegen de types 16 en 18. Types 16 en 18 zijn de twee belangrijkste types die baarmoederhalskanker veroorzaken. Ze worden teruggevonden bij 70 tot 75 van de 100 baarmoederhalskankers. Met andere woorden, vaccinatie biedt geen volledige bescherming tegen HPV (en dus tegen baarmoederhalskanker). De vaccins beschermen ook niet meer tegen HPV-types waarmee u ooit al besmet was.

Links


Mocht u na het lezen van deze brochure nog vragen hebben, stel ze gerust tijdens uw raadpleging!

Dr. Patrick Sweetlove,
Osystraat 41, 2060 Antwerpen
Raadpleging enkel na afspraak op: 03 / 225 24 25.

laatste update 29 maart 2013


Terug naar Medische informatie
[Home] [Raadpleging] [Infomail] [Actueel] [Medische info] [Links]