Patrick Sweetlove, huisarts
home.GIF - 473 Bytes
raadpleging
infomail
actueel
medische info
hyperlinks

Actueel

Biologische én sociale factoren bepalen het gedrag van jongeren
2010-09-26

adolescentenDrie studies van de vakgroep Sociologie van de UGent tonen het belang aan van biologische en sociale factoren om het gedrag van jongeren te verklaren. Biologische zowel als sociale factoren vormen belangrijke puzzelstukken, maar het is nog niet duidelijk hoe deze stukken in elkaar passen. De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op een steekproef van 599 jongeren.

Niet iedereen is even gevoelig voor testosteron

Het idee dat testosteron een rol speelt bij gedrag is niet nieuw, maar de relatie tussen testosteron en risicogedrag, agressie of dominant gedrag is niet altijd zeer sterk. Daarom is het belangrijk te zoeken naar mogelijke genetische en sociale factoren die deze relatie versterken of afzwakken.

Een hormoon als testosteron is een boodschapper. Om zijn werk te kunnen doen heeft het hormoon echter ook een ontvanger nodig: de receptoren in cellen, waaraan het hormoon zich moet binden. Die receptoren zijn niet bij iedereen even gevoelig. Het zogenaamde ‘androgen receptor gen’ speelt een rol bij de gevoeligheid voor testosteron. Al eerder werd aangetoond dat dit gen geassocieerd is met prostaatkanker, alopecia (mannelijke kaalheid) en met andere geslachtsgebonden lichamelijke kenmerken.

Over de relatie tussen testosteron en risicogedrag, agressie of dominantie is veel minder geweten, ook al zou men kunnen verwachten dat dit gen ook hier een rol kan spelen. Het Gentse onderzoek wees uit dat die relatie duidelijk sterker is bij jongens die gevoeligere hormoonreceptoren hebben dan bij jongens bij wie de hormoonreceptoren minder gevoelig zijn. Jongens kunnen even hoge  testosteronwaarden hebben, maar bij sommigen zal zich dit veel meer vertalen in gedrag (meer risicogedrag, meer agressief en dominant gedrag) dan bij anderen.

De rol van de sociale omgeving

Ook de sociale omgeving kan de relatie tussen testosteron en gedrag versterken of uitvlakken. Zeker tijdens de adolescentie zijn de opvattingen over hoe ‘een echte man’ zich moet gedragen, voor jongeren belangrijke ankerpunten om het eigen gedrag en dat van leeftijdsgenoten te beoordelen. Hun opvattingen, die ze van hun sociale omgeving leren, zijn vaak stereotiep. Ze omvatten onder meer dat echte mannen hun emoties niet tonen, dat ze moeten vermijden als vrouwelijk over te komen en zich onafhankelijk en stoer moeten opstellen. Ook jongens met lagere testosteronwaarden trachten aan deze opvattingen te voldoen. Stereotype opvattingen vlakken daardoor het belang van biologische verschillen tussen jongens uit. Bij jongens met minder stereotype opvattingen helpen de testosteronwaarden wel om de gedragsverschillen te verklaren.

Uit eerder onderzoek bleken al de verschillen in vriendschapsrelaties van jongens en meisjes. Die relaties spelen een belangrijke rol bij het verklaren van gedrag omdat jongeren zeer gevoelig zijn voor de goed-  of afkeuring van hun vrienden. De relaties van jongens onderling zijn wat onpersoonlijker, minder close dan die bij meisjes onderling. De meer intieme relaties van meisjes zijn doorgaans evenwichtiger en laten minder ruimte voor dominant gedrag. Hoewel testosteron samengaat met dominanter gedrag, zullen meisjes die vooral optrekken met andere meisjes dan ook minder dominant gedrag vertonen. Dit geldt voor zowel meisjes met hoge als met lage testosteronwaarden. Een vriendengroep die vooral uit jongens bestaat versterkt dominant gedrag bij meisjes, vooral bij meisjes die hoge testosteronwaarden hebben.

Stress en biologische stressgevoeligheid

Onderzoek toont aan dat een stressvolle sociale omgeving (conflicten tussen of problemen met ouders, aanvaard worden door vrienden…) kan leiden tot gezondheidsproblemen. Bij jongeren kan dit ook gedragsproblemen veroorzaken, zoals meer risicogedrag. Het was tot nu toe echter niet duidelijk of dit voor alle jongeren in dezelfde mate geldt.

adolescentenUit het onderzoek bleek dat jongeren die fysiologisch sterk reageren op een acute stressor (een bloedprik, met verhoogde bloeddruk en hartslag als reactie) in een weinig stressvolle omgeving minder risicogedrag vertonen dan jongeren die lichamelijk weinig reageren op de acute stressor. In een stressvolle sociale omgeving vertoont de eerste groep juist beduidend meer risicogedrag dan de tweede groep.

Wat als een stressvolle sociale omgeving wordt beschouwd, verschilt echter. Jongens voelen zich meer bedreigd door factoren die hun onafhankelijkheid beperken of hun handelen beknotten. Meisjes worden daarentegen sterker beïnvloed door conflicten en breuken in de sociale relaties in hun omgeving.

Deze studie verklaart voor een stuk waarom sommige jongeren zeer veerkrachtig zijn en ook binnen een moeilijke sociale omgeving goed functioneren, terwijl anderen veel gevoeliger zijn voor wat fout loopt in hun omgeving.

Meer informatie bij de onderzoeker Hans Vermeersch
Vakgroep Sociologie
Universiteit Gent
Tel. 09 264 67 29
Hans.Vermeersch@UGent.be

Links


Terug naar Actueel

[Home] [Raadpleging] [Infomail] [Actueel] [Medische info] [Links]